Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

donderdag 24 april 2014

VOGELMOMENT KOOLMEES

Koolmees, Parus major, Great Tit, Mannetje

Koolmees, Parus major, Great Tit, Vrouwtje

 Juveniel vrouwtje
 
 Links een jong vrouwtje en rechts een mannetje
 
 Juveniel
 
 Zingend in het voorjaar
 
 Wat een specht kan, kan ik ook
 
 Volwassen vrouwtje
 
 Volwassen mannetje
 
 Jonge koolmees
 
 Jonge koolmees, zie de rand op de snavel
 
 Vechtend om de zonnebloempitten
 
 Mooi tussen de bessen
 
 Mannetje
 
bij de zonnebloempitten
 

Het wordt wel eens tijd voor een vogelmoment over de koolmees. Hij is immers een van de meest bekende vogels van ons land en vrijwel in ieder tuin te zien, of dat nu in de nieuwbouw is of buiten in de bossen of op het platteland. Al jaren staat hij na de huismus op de tweede plaats in de tuinvogeltelling. De grootste aantallen vind je echter in bosrijke gebieden omdat hij van oorsprong een bosvogel is.
Koolmezen zijn standvogels die dus niet wegtrekken en altijd in of in de buurt van hun broedgebied blijven. Als de winter in het noorden en oosten van Europa streng is komen er grote aantallen naar ons land om hier of wat zuidelijker te overwinteren en dan lijkt er sprake te zijn van een najaarstrek, maar het gaat dan nooit om Nederlandse koolmezen.
Beide geslachten zijn niet gemakkelijk te onderscheiden. Ze hebben allemaal een zwarte streep over de gele borst, de stropdas. Bij de mannetjes is die breder en langer. Bij de vrouwtjes eindigt de stropdas vaak al midden op de buik en hun kleuren zijn wat matter.
Door SOVON wordt het aantal broedparen geschat op circa 600.000 en daarmee is hij één van de meest algemene broedvogels van ons land. Koolmezen produceren een groot legsel van zo’n 8 tot wel 13 eieren. Dat grote aantal is nodig omdat maar een klein deel van de jonge koolmezen de winter overleeft. Meestal broedt hij een keer per seizoen en soms twee keer. Hij is een holenbroeder en maakt zijn nest in boomholtes, oude spechtennesten, nestkastjes maar ook in allerlei holtes in de buurt van bebouwing. De eieren zijn gewoon wit en wat rood gespikkeld omdat een schutkleur niet nodig is, zij liggen namelijk in een holte. Vogels die een nest maken in een boom of struik of in een weiland op de grond hebben eieren in schutkleur omdat die moeilijker zichtbaar moeten zijn in verband met rovers.
De eieren worden door het vrouwtje uitgebroed in circa 13 dagen en de jongen vliegen uit na ongeveer twee tot drie weken en worden dan nog door beide ouders gevoerd.
Het menu van de koolmees is gevarieerd. In voorjaar en zomer bestaat het voornamelijk uit insecten, larven, spinnen en rupsen. Zeker in de broedtijd is voldoende aanbod van rupsen nodig om de jongen groot te brengen. Dagelijks zijn dan ongeveer 2000 rupsen nodig om alle jongen in het nest groot te kunnen brengen.
In najaar en winter schakelen zij over op (beuken) noten, zaden, pinda’s etc. Zij zijn dan ook zeer frequente bezoekers van voedertafels. Vooral pindanetjes en zonnebloempitten zijn in trek. Om het mogelijk te maken dat zij in voor- en najaar over kunnen schakelen op ander voedsel wordt het hele spijsverteringskanaal daarop aangepast.

ik wil hier iedereen bedanken die heeft gereageerd op mijn vorige blog. Reacties worden zeer op prijs gesteld evenals opmerkingen of vragen.


dinsdag 8 april 2014

VOGELMOMENT VOORJAAR 2

 
Panurus biarmicus, Baardmannertje, Bearded Tit ( mannetje)

Rietgors, Emberiza schoeniclus, Reed Bunting ( mannetje)

 Snor, Locustella luscinoides, Savi's Warbler
 
 Groenling, Chloris chloris, Greenfinch
 
 Blauwborst, Luscinia svecica,Bluethroat
 
 Grutto, Limosa Limosa, Black-tailed Godwit ( vrouwtje)
 
 Grutto, Limosa Limosa, Balck tailed Godwit ( vrouwtje)
 
 Graspieper, Anthus pratensis, Meadow Pipit
 
 Brandgans, Branta leucopsis, Barnacle Goose
 
Brandganzen in de vlucht

Ook deze keer weer aandacht voor meerdere soorten. In het vroege voorjaar zijn de vogels zeer actief en kun je ze goed waarnemen.
Het baardmannetje is een vrij algemene broedvogel van rietvelden in de lage delen van ons land. Je ziet ze niet echt veel maar ze laten zich wel goed zien hoog in de rietstengel. Een van de mooiste vogels van ons land. Het is een standvogel maar sommigen trekken in het najaar weg of zwerven wat rond buiten het broedgebied, maar dan wel altijd in waterrijke gebieden met voldoende riet.
Ook de rietgors is een algemene broedvogel, maar de aantallen zijn aanzienlijk groter dan het baardmannetje en hun verspreidingsgebied is groter. Je ziet ze niet alleen in rietvelden maar ook in allerlei moerasachtige en waterrijke gebieden. Een deel vertrekt in het najaar. In de winter zijn hier ook veel rietgorzen uit het noorden van Europa. Omdat ze zich in najaar en winter echter redelijk onopvallend gedragen zie je ze dan weinig.
De snor is een vogel van laagveen moerassen in de lage delen van het land. Hij komt dus maar in een klein gedeelte van ons land voor en dan ook nog in kleinere aantallen. Hij overwintert in Afrika en komt terug vanaf medio april. Dit jaar was hij erg vroeg. Ik heb mijn eerste al op 31 maart gezien. Hij is niet gemakkelijk te herkennen omdat veel van de rietvogels ( kleine en grote karekiet, rietzanger en de snor) op elkaar lijken. Zijn geluid is echter zeer kenmerkend en als je die zeer lang aangehouden monotone triller een keer hebt gehoord vergeet je het niet meer.
De blauwborst hoort ook thuis in dit rijtje. Hij overwintert in Spanje/ Portugal en in West Afrika. Een prachtig wat verborgen levend vogeltje dat in deze tijd van het jaar goed te zien is omdat ze vaak vanuit een wat hoger punt luid zingen.
De groenling is ook een jaarvogel en is dus eigenlijk het geheel jaar vrijwel overal te zien. In de winter wordt de populatie nog aangevuld met vogels uit Noord Europa. Zij komen gemakkelijk op voedertafels.
De koning van de weidevogels is de grutto. Zij trekken weer weg uit hun “opvetgebieden” en vestigen zich in de broedgebieden waar je de prachtig baltsvluchten, compleet met allerlei acrobatische capriolen, kunt bewonderen. Binnenkort zijn er dus weer jonge grutto’s en dan zijn ze vrij fel om hun nest te verdedigen.
De graspieper is een algemene broedvogel van open vochtige gebieden zoals weidegebieden, vochtige heide en kwelders. De hoogste concentratie vind je in Zeeland en de noordelijke provincies. Zij overwinteren in Portugal/Spanje en Marokko, maar niet veel zuidelijker. Na het broedseizoen zie je ze vaak in groepjes die wat rondzwerven.
Tot slot nog de Brandgans. Hij heeft niets te maken met het voorjaar want het is een wintergast die binnenkort weer vertrekt naar de Noordelijke Toendra’s. Hij hoort een beetje in dit rijtje thuis omdat hij nu nog in grote aantallen aanwezig is (soms meer dan 50.000 exemplaren) in de weidegebieden waar ook de ander weidevogels nu zijn.
Steeds vaker blijven brandganzen ook in de zomer ons land. Aan de Friese IJsselmeerkust zie je ze ook broeden.